'Het was niet altijd een pretje, je werd uitgescholden met je FC Utrecht-tas''

Mike van der Hoorn was tweeënhalf jaar een vaste waarde bij FC Utrecht. De verdediger maakte al op jonge leeftijd de overstap naar de club uit de Domstad. Met een busje werd hij vanuit Almere opgehaald, maar vanaf zijn twaalfde moest hij zelf maar zorgen dat hij op trainingscomplex Zoudenbalch kwam.

"Dat waren lange dagen", blikt Van der Hoorn terug op de website van VVCS. "Het was ook niet altijd een pretje om met het openbaar vervoer te reizen met je FC Utrecht-tas. Je werd soms uitgescholden. Dat maakte je wel weerbaarder."

Van der Hoorn behoorde tot de grotere talenten, maar had dat zelf lang niet in de gaten. "Ik ben nooit haantje de voorste. Ik vond mezelf een redelijke opbouwer, maar niet echt een meedogenloze verdediger. Ik kon vrij aardig voetballen en was lang. Maar ik was altijd wat slungelachtig. Bescheiden ook. Mijn jeugdtrainer Jean-Paul de Jong vroeg een keer wie er aanvoerder wilde worden. Veel jongens staken hun hand op. Ik niet. Toen eiste hij van mij dat ik voortaan ook mijn hand zou opsteken."

Van der Hoorn werd daadwerkelijk aanvoerder bij FC Utrecht. "Dat is enorm belangrijk geweest voor mijn ontwikkeling. Ik moest coachen, het voortouw nemen. Ik moest een praatje houden als we een toernooi hadden gewonnen. Ik liet me steeds meer gelden", aldus de verdediger, die nu niet meer over zich heen laat lopen. "Als ik in iets geloof dan ga ik er ook volledig voor. Mijn vader zei altijd: 'wij geven niet op. Wij gaan altijd door'. Als jij je als aangeschoten wild gedraagt dan maken ze je af. Als je mij negen keer neerschiet, sta ik negen keer op bij wijze van spreken."

Lees meer: